‘Rosse’ Molenbuurt
Samen met de werkgroep “Rondom Hoop en Haerlem” wordt de Molenstraat omgetoverd tot de 18e eeuwse wijk die het vroeger was. Een bekend zeemanslied vertelt ons over een kroeg, gevestigd in die 18e eeuwse Molenstraat. De eigenaar, Baggerman, had ook een aantal dochters, die aan huis het oudste beroep van de wereld uitoefenden.

1. In Hellevoetssluis daar staat een huis,
Hoera die IJz’ren man
Daar zijn er de dames Baggerman thuis
Hoera die IJz’ren man
En in dat huis daar staat een stok
Hoera die IJz’ren man
Daar krijgen de dames mee op hun kop.
Hoera die IJz’ren man
Dan zingen wij vrolijk falderaldera,
Wie gaat er met ons mee?
Wij varen naar Amerika, het schip ligt op de reê
Wij varen naar Amerika, het schip ligt op de reê
2. Een juffrouw die naar de kerk wou gaan,
Die liet haar hoofd met goud beslaan.
Aan ieder haar had zij een bel,
Het was gelijk een klokkespel.
3. En toen zij nu de kerk in ging,
Achtergrond info:
De Korenmolen van Dirk Landheer moest plaatsmaken voor het Droogdok. Op aanwijzing van de opzichter Jan Blancken werd achter op de wallen een nieuwe korenmolen gebouwd. Hier stonden reeds enige huizen en door het bouwen van de molen begon het er naar uit te zien, dat een nieuwe straat zou verrijzen.
Molenstraat
De straat in wording kreeg de naam van “Nieuwe Molenstraat”. Door de jaren heen zijn er blijkbaar steeds meer huizen bijgebouwd. De Molenstraat werd een van de gezelligste straten van de buurt. De tijd na 1887 werd het hoogtepunt – als marine etablissement – in de geschiedenis van het klein havenplaatsje.
Ach, het “oude ras”van Hellevoeters, waarvan men wel eens heeft gezegd dat het “een apart slag volk”was.
Dit zou ons kunnen vertellen van de geheimen van de “Kraton, de “Nel”, de “Ark”en het “Muizenkasteel”.
Een “apart” slag volk opgegroeid met alles wat Marine heette, dat meeleefde met iedere gebeurtenis waarbij de Marine was betrokken en dat zich nooit had kunnen indenken, dat er nog eens een tijd zou komen, waarin Hellevoetsluis vrijwil verlaten en afgebroken zou worden. Dit “oude ras” heeft Hellevoetsluis nog gekend als een plaats, waar het leven bruiste in een bonte mengeling zoals bijna nergens in ons goede vaderland. En toch….
Hoe bedrijvig het leven, hoe vrolijk en gezellig de feesten in die tijd geweest mogen zijn, er leefde diep verscholen in de harten van velen een lichte vrees bij de gedachte aan een mogelijke achteruitgang van hun geliefde plaats.
Klaas Buitenhuis, 1981 (Flitsen uit de geschiedenis van Hellevoetsluis)